Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

“Madame Denise....”  
Slaperig deed ze haar ogen open.  
En keek in donkere ogen in een donker gezicht.  
Een mooi en krachtig gezicht.  
Behorend bij een mooi en krachtig lichaam.  
En jong. Bovenal jong.  
Achad.  
“Achad?” vroeg ze.  
Hij legde zijn vinger op zijn mond.  
“Ik spreek, u luistert.”  
“Mijn naam is Achad, inderdaad. En de uwe Denise. Maar dat is onbelangrijk.”  
“Wat telt is dat ik uw leraar ben en u mijn leerlinge. Ik ben er om u op te voeden, u om mij te gehoorzamen. Luisteren is voldoende. En ik weet dat u mijn Frans uitstekend verstaat. En spreken hoeft u niet. Een eenvoudig Oui of Non volstaat.”  
“En ook al zou uw Frans beter zijn dan ik denk dat het is, met mij spreken is u niet toegestaan. Afstand tussen u en mij is noodzakelijk. Contact met u is ongewenst.”  
Zijn toon was vriendelijk, maar beslist. Toch zag ze iets anders in zijn blik. Ze wilde zich oprichten om hem beter aan te kunnen kijken.  
Het werd haar niet toegestaan.  


“Non. U blijft liggen. U blijft passief. U luistert.”  
Wederom die besliste doch vriendelijke toon.  
Maar ze wist het zeker. Dat korte moment dat ze dichterbij was geweest, had ze iets anders gezien in zijn ogen. Spijt.  
Het leek of dat uit zijn ogen maar al te zeer een verlangen sprak om contact met haar te zoeken. Dat hij meer wilde zijn dan haar opvoeder.  
Die ogen. Groot, donker, zo...  
Nee. Niet aan denken. Niet voelen. Afstand.  
Wat had Zafira alweer gezegd? Hoe aardiger hij je vindt, hoe wreder hij je behandelt. Nee, laat hij me maar koel en afstandelijk vinden.  
Maar die ogen. Die ogen.  
Ze sloot de hare om zich niet in de zijne te kunnen verdrinken. Afstand.  
“Kijk me aan. Uw ogen sluiten is niet toegestaan. U dient zich open te stellen. Luisteren. Kijken. Gehoorzamen. Die drie woorden. Zij zijn de enige die voor u tellen.”  
Maar dat had hij niet hoeven zeggen. Zijn eerste woorden waren voldoende om haar haar ogen gehoorzaam te laten openen. Gehoorzaam zou ze zijn. Luisteren naar wat hij te zeggen had. En kijken? Ze zou een scherm tussen hem en haar plaatsen. Ze zou naar zijn ogen kijken. Maar niet naar binnen. Ze zou nooit mogen vergeten wie hij was. Wreed. Een man. Die haar veroordeelde om haar vrouwzijn. Die haar wilde bezitten om haar te onderwerpen. Die wist hoe knap en aantrekkelijk hij was. Charmant. Dat hij die charme zou inzetten om haar in te palmen. Om daarna toe te slaan.  
Nee, mooi niet. Dat genoegen zou ze hem ontzeggen.  
Maar die ogen. Die ogen waren te mooi. Ze zou verdrinken. Dat mocht ze niet toestaan. Dus keek ze naar zijn mond. Maar die was zo sensueel. Zijn neus dan? Te fijn, te scherp. Zijn voorhoofd...  
Ze zuchtte inwendig. Zijn voorhoofd, rimpelloos, glad, daar kon ze veilig naar kijken, dat was neutraal terrein.  
“Ik ga u leren hoe u te gedragen. En te verdragen. Pijn. Want ik zal u geselen.”  
“U bent een slavin. Slavinnen zijn er om hun Meester te dienen. Hem genot te schenken. Op welke wijze haar Meester ook wenst.”  
“Het verdragen van pijn hoort daarbij. U dient pijn te ondergaan. Haar te verdragen. Zich niet te verzetten. Toch wil uw Meester dat u zichtbaar lijdt. Hij wil pijn in uw gezicht zien. Hij wil de pijn uit uw keel horen opwellen. Lijden zonder verzet. De schoonheid van pijn. Dat is wat uw Meester van u verlangt. Dat is wat ik u zal leren.”  
“Maar er is ook een andere pijn: de pijn van straf. Dat is pijn zonder schoonheid. Ook die zal ik u wellicht moeten toedienen. Maar dat is aan u. Indien u mij gehoorzaamt, zult u daar verschoond van blijven. Maar bent u ongehoorzaam, dan zal de straf onherroepelijk volgen. En daarmee de pijn. Botte, pure pijn. Zodat u weet waarom u de volgende keer zult gehoorzamen.”  
Zijn stem werd zacht. Weer werd ze wee in haar buik. Nee, nee. Hij was wreed. Hij wilde haar onderwerpen. Als een mantra zij ze het voor zichzelf op. Maar hoe moest ze zich van die stem afschermen?  
“Maar straffen zal ik u vast niet hoeven. U zult gehoorzaam zijn. Ik zal u leiden.”  
Zacht streelde zijn hand haar haren.  
“U bent mooi. Te mooi.”  
Hij zuchtte.  
“Maar wie ben ik?”  
Hij liet een stilte vallen. Een stilte die voor haar zo mogelijk nog moeilijker was om te verdragen. Alles zei haar hem te vertrouwen. Ze snakte ernaar. Smeekte om in zijn armen genomen te worden. Die ogen, die stem, dat lichaam. Maar ook het zachte licht. De zoete geur van oosterse kruiden. De fluwelen bank waarop ze lag.  
Hij is wreed, hij wil me onderwerpen, hij is wreed, hij wil......  
“Maar eerst zal ik u in gewone zaken onderwijzen.”  
Godzijdank. Hij sprak weer op zijn oude besliste toon.  
Ik ga u leren hoe u zich dient te bewegen.”  
Hij pauzeerde even.  
“En hoe u zich dient te ontkleden.”  
Het rood steeg naar haar wangen. Ontkleden. Ze zou zich voor hem moeten ontkleden.  
Natuurlijk wist ze dat ze dat zou moeten. Hij vertelde niets nieuws. Ze zou voor hem ongetwijfeld nog veel meer moeten. Maar hem dat zo matter-of-fact te horen zeggen: hoe u zich dient te ontkleden.  
En dat hij haar dat zou leren. Dat jonge macho’tje. Zij, Denise, 39 jaar, advocate.  
Nu pas realiseerde ze zich haar positie. Ze was zijn leerlinge. Ze zou onderwezen worden. Door hem. Hij die haar zoon zou kunnen zijn. Zucht. Maar wat voor zoon.   
Wat was erger. Verliefd op hem te worden? Of door hem te worden onderwezen?  
Gelukkig dat ze geen keus had. Onderwijzen zou hij haar. En verliefd zou ze absoluut niet worden. Hij is wreed, hij wil me onderwerpen, hij is wreed....  

Hij liet haar opstaan. En bekeek haar. Gelukkig was ze aangekleed. Had ze zelfs haar dunne sexy jurkje aan met die zachte glanzende stof. Daarin voelde ze zich zo helemaal vrouw. Maar of dat wel zo slim was in aanwezigheid van Achad?  
Had Zafira niet gezegd dat, als hij het gevoel had dat ze zich aanbood, hij zeker zou concluderen dat ze een slet was? En bood ze zich in dit jurkje niet aan hem aan? Of zou zich juist moeten aanbieden opdat hij dacht dat ze een slet was. Dat ze koud en frigide was. Dat ze niet interessant voor hem was...  
DBt zou ze moeten willen.  
En nu wilde hij dat ze zich elegant zou bewegen. Verleidelijk.  
En verleidelijk bewoog ze zich.  
Maar ze schaamde zich zo. Ze wilde dat ze door hem als slet verworpen werd. En tegelijkertijd wilde ze door hem aardig gevonden worden. Bemind.  
Zo verwarrend. En die verwarring maakte dat ze niet meer na kon denken. Alleen maar doen. Bewegen op zijn aanwijzingen. Bewegen op de natuurlijke golven van haar kleding.   
Zo werd ze ondanks haarzelf een verleidelijke vrouw. Ze kon het zien in zijn ogen.  
Begeerte. Voldoening. Maar ook een lichte ondertoon van minachting?  

Hij leerde haar te staan, te lopen, te bukken (niet dus), aan te reiken en vooral: te wachten. Op haar knieën, met devoot haar handen in haar schoot, staand met haar handen in haar nek, haar borsten naar voren, haar benen gespreid, liggend op de tafel, haar knieën hoog opgetrokken, open.  
Maar altijd gekleed. Nog wel.  

Er werd thee gebracht. Hete mierzoete thee.   
Ze werd naar de bank geleid, halfrond van vorm, die in de hoek van de kamer stond. Hij nodigde haar op het ene uiteinde te gaan zitten, op het andere nam hij plaats, maar niet dan nadat hij haar haar thee in een klein kopje aangereikt had. Zo zaten ze op dezelfde bank, maar toch tegenover elkaar. En dichtbij. Heel dichtbij.   
Ze zou afstand moeten voelen. Ze zou die afstand zelfs nog moeten vergroten. Ze zou ijs moeten zijn. Onaanraakbaar. Zucht. Niets van dat alles.  
Niet dat hij iets ondernam om die intimiteit te creëren. Hij zat tegen de rugleuning. Ontspannen. Hij zweeg.  
Keek haar aan. Maar niets in zijn blik daagde haar uit. Geen geringschatting, geen onderzoek. Geen flirt ook. Neutraal, nietszeggend.  
Nietszeggend? Nee, allesbehalve. Hij keek, keek, keek recht in haar ogen. En zij keek terug. Haar hart ging als een razende tekeer. Smolt als een verdwaasd pubermeisje. Nee, nee, nee. Ze wilde niet kijken, ze mocht niet kijken. Toch deed ze het. Ze voelde zich verloren.   
Maar uit niets bleek dat hij haar strijd zag. Uit niets bleek dat ook hij door haar bewogen werd. Hij keek alleen. Zonder te knipperen. Onaangedaan. Recht in haar ogen. Recht in haar ziel.  
Zo zat ze daar: stil, met haar kopje in de hand. Thee die langzaam koud werd.  
Pas toen hij zelf een slok nam, werd haar ban verbroken. Kon ze zich losscheuren van zijn ogen en zelf een slok van haar thee nemen. Die nog verrassend heet was. Waren die minuten dan slechts seconden geweest?  
Voorzichtig nu keek ze van onder haar wenkbrauwen naar hem op. Zou ook hij zijn blik hebben afgewend? Nee dus. Onveranderd keek hij haar aan. Rustig, emotieloos. Snel sloeg ze haar ogen weer neer. Om daarna toch weer even te controleren. Emotieloos? Een lichte ironische glimlach gleed over zijn lippen nu ze voor de tweede keer heimelijk onder haar wenkbrauwen naar hem keek. Betrapt.  
Ze voelde een koude rilling door haar hele lijf. Betrapt.  
Haalde diep adem. Herhaalde haar pas ontdekte mantra: hij is wreed, hij wil....  
Maar wat wilde zij.....  

“Madame Denise”.  
Ze schrok.  
“Madame Denise, déshabillez vous.”  
Ze schrok nog sterker.  
Weg waren haar fantasieën, weg was haar innerlijke strijd.  
Zo emotieloos de toon, zo ijzingwekkend de inhoud.  
Ze moest zich ontkleden. Voor hem.  
Ze wilde niet. Niet nu. Ze zou weigeren. Ze zou zich verzetten. Ze zou alle wijze raadgevingen van Zafira in de wind slaan. Ze zou blijven zitten en zich niet verroeren.  
“Gaat u staan, mevrouw.”  
En ze ging staan.  
“Votre robe.”  
En ze kleedde zich uit.  
Slechts de schouderbandjes schoof ze van haar schouders. Subtiel. Elegant. Het jurkje gleed langzaam langs haar lijf. Op de grond, waar het een cirkel rond haar voeten vormde.  
“Bon.”  
Ze bloosde.   
Was hij tevreden over haar bewegingen?  
Of doelde hij op haar lijf?  
Want daar stond ze voor hem, slechts in haar schoentjes, haar kleine bh-tje, haar nog kleinere kanten slipje. Veel te uitdagend. Veel te bloot.  
Hij bleef haar aankijken. Natuurlijk. Toch onderzocht hij haar niet. In niets bleek dat zijn belangstelling in haar veranderd was. Niets verried de betekenis van zijn ‘bon’.  
“Uw borsten.”  
Haar handen gingen al naar haar rug. Geen verzet meer. Geen gedachten ook. Haar geest was leeg. Zelfs het haakje op haar rug verzette zich niet en liet zich zonder aarzeling losmaken. In een vloeiende beweging streek ze ook deze bandjes van haar schouder. Het bh-tje dwarrelde naar beneden en vond zijn plaats op de stof rond haar voeten.  
Vergiste ze zich, of zag ze nu echt een goedkeurende glimlach verschijnen. Zelf vond ze haar borsten te klein. Maar ze waren wel stevig en ze wist dat mannen ze bewonderde. En in plaats van dat ze nog sterker bloosde, gloeide ze. Van trots.  
Van trots? Nee, dat niet. Niet trots. Niet trots omdat ze zich tonen mocht. Aan hem. Hij was wreed, hij...  
“Votre slip.”  
En voor het eerst was ze blij met zijn opdracht. Blij dat ze weer in actie mocht komen. Blij dat ze verlost werd van die vreselijke gedachten, die vreselijke gevoelens.  
Opzettelijk en nadrukkelijk liet ze haar handen langs haar heupen glijden om met haar duimen onder de bandjes van haar string te haken. De aanraking van haar huid. Voerde haar naar de realiteit terug. Huid op huid. Haar huid. Bijna naakt nu.  
Licht ging ze door haar knieën en boog haar rug. Moeiteloos gleed het slipje langs haar heupen. Licht duwde ze haar knieën tegen elkaar zo de weg voor het slipje verkleinend. Nog boven haar knieën volgde het zijn eigen weg en viel op de grond, netjes binnen de cirkel van haar jurkje.  
Langzaam strekte ze zich weer. Haar armen passief naast haar lichaam. Ze was, op haar schoentjes na, naakt.  
En keek hem aan. Leeg. Helemaal leeg. Weg waren haar gedachten, weg haar gevoelens. Naakt stond ze voor hem. Dat was alles wat er was. Naakt voor zijn ogen. Die nog even emotieloos terugkeken.  

Minutenlang liet hij haar staan. Minutenlang bleef hij haar aankijken. Minutenlang kon ze terugkijken. Zonder emoties. Zonder gedachten. Nu wel. Met geloken ogen, dat wel. Maar toch...  

Hij was het die de spanning doorbrak. Door op te staan en, achter haar langs, te verdwijnen. Geruisloos.  
Hoe lang hij haar liet staan, wist ze niet. Tijd bestond niet meer voor haar. Maar wat bestond nog wel?  
Even geruisloos als hij was verdwenen, verscheen hij weer voor haar. Hij nam haar hand. Voor het eerst. Maar het was betekenisloos. Hij leidde haar slechts langs haar kleding.  
Om verder te gaan met zijn onderwijzen.  
Ook nu wees hij haar weer hoe ze diende te staan, diende te lopen, aan te reiken. En te wachten. Alleen: nu was ze naakt. Toch was het alsof ze zich dat niet realiseerde. Gedachteloos voerde ze zijn opdrachten uit. Niet een keer hoefde hij haar te verbeteren. Ook niet toen hij haar in de wacht legde. Op de tafel. Ze haar handen achter haar hoofd bracht, haar ellebogen plat op het tafelblad. En ze haar knieën op trok en haar dijen spreidde.  
Pas toen voelde ze weer zijn ogen. Voelde ze hoe naakt ze was. Wist ze hoe ze zich zonder een enkel protest voor hem geopend had. Wist ze dat ze zijn begeerte gewekt had. Wist ze dat hij haar in bezit zou nemen. Wist ze dat zijn ogen haar vocht zouden zien.  
Keek ze naar hem. En zag zijn ogen. In de hare. Emotieloos. Net als daarvoor. Onveranderd.  

Ze sloot haar ogen weer . En begon te huilen. Geluidloos. Tranen liepen langs haar wangen. Drupten op het tafelblad. Het bleef stil. Bewegen kon ze niet meer. Alleen haar borst ging langzaam op en neer. Toen ook die tot rust kwam, waren haar tranen allang weer opgedroogd.   
Pas toen opende ze haar ogen. En zag dat hij verdwenen was.  
Nu begon ze haar lichaam weer te voelen. De stijfheid van haar spieren. Haar houding die zo vernederend was. Op het moment dat het onverdraaglijk werd, schoof hij weer in haar gezichtsveld. Even geruisloos als tevoren. Waar was hij geweest? Had hij de kamer verlaten, of was hij bij haar gebleven. Ze wist het niet, en zou het nimmer weten.  
Maar veel tijd om daar over na te denken gaf hij haar niet. Hij bracht zijn hand onder haar rechter elleboog en drukte hem zachtjes naar boven. Tijd om op te staan. Gedwee ging ze voor hem staan, haar ogen geloken. Haar ogen prikten en met haar wijsvinger trachtte ze de reeds opgedroogde tranen weg te vegen.  
Hij kuchte zachtjes, zodat ze verschrikt er mee stopte.  
“In rust, gaat u in rust staan.”  
En zo gehoorzaamde ze hem voor het eerst in het haar pas geleerde: benen licht gespreid, borsten naar voren, kontje naar achteren, handen in de nek, ellebogen ver naar achteren, haar blik star naar voren. Een toonbeeld van onderwerping.  
Maar was ze ook onderworpen?  
Ze was leeggehuild.  
Zonder gedachten.  
Zonder gevoelens.  
Passief.  
Maar niet onderworpen.  
Slechts gehoorzaam.  

Wachtte ze.  
Tot ze zijn handen op haar enkels voelde.   
Zonder ze te zien wist ze dat ze enkelbanden aangelegd kreeg.  
Spoedig volgden banden voor haar polsen.  
Die daarmee aan elkaar gehaakt werden.  
En naar boven getrokken op een voor haar onzichtbare wijze.  
Gestaag bewogen haar handen zich naar boven en strekte zich haar lichaam.  
Toen haar handen zich ver boven haar hoofd bevonden, probeerde ze zich langer te maken en sloot haar benen.   
Niet dus. Al na een paar centimeter stokte haar poging. Nu pas merkte ze het belang van haar enkelboeien: Achad had ze gebruikt om een spreidstok te bevestigen. Zo zou ze haar benen nooit geheel kunnen sluiten. Haar intimiteit zou altijd open en beschikbaar blijven.  
Langzaam kwam haar hele gewicht aan haar polsen te hangen. En werd ze gedwongen op haar tenen te gaan staan. Dacht ze het contact met de vloer te verliezen. Maar dat gebeurde niet. Met de toppen van haar tenen nog aan de vloer gekleefd, stopte de beweging.  
Zo hing ze roerloos aan het plafond. Roerloos doordat het contact met de vloer behouden bleef. Maar even machteloos. Even vrij. En even pijnlijk als wanneer ze in de diepte gehangen had.  
Verlaten?  
Ze wist het niet.  
Hoewel ze hem niet hoorde, kon hij nog steeds achter haar aanwezig zijn.  
Maar ze voelde zich er niet minder alleen door.  

Zo verstreek de tijd.   
En terwijl ze daar hing aan het plafond, dacht ze voor het eerst sinds de thee weer aan de woorden van Zafira: vertrouw hem niet...  
En aan haar rareige voornemen: ontsnappen...  
Maar hoe?  

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen